Binnenkort

is er even niets te doen, het is vakantie. In september begint alles weer met de introductieweek, waarover t.z.t. meer informatie op de website zal komen.

Jan Offringa

Donderdag 27 mei was de dag van de jaarthema-lezing van Jan Offringa. In deze laatste lezing van het academisch jaar sprak de voorzitter van Op Goed Gerucht over de relatie tussen geloven en wetenschappelijke ontwikkeling. Offringa pleitte voor een gezonde verhouding tussen beide, wat volgens hem wilde zeggen dat de christelijke geloofsleer zich niet moest willen inmengen in wetenschappelijke theorieën en dat wetenschappers zich niet moesten willen bemoeien met zingevingsvragen die zich per definitie buiten de wetenschappelijke kaders  bevinden. Maar dit betekent vervolgens niet dat het christelijk geloof geen relatie heeft met de academie en kan roepen wat ze wil, bijvoorbeeld onder het aanroepen van het motto ‘Credo quia absurdum’. Wetenschappelijke ontwikkeling, maar ook levenservaringen, kunnen twijfel over het klassiek orthodoxe paradigma teweeg brengen. Deze twijfels zouden niet moeten worden ontkend of genegeerd, maar zouden moeten worden geïntegreerd in een moderne manier van geloven.

Positief aan zijn voorstel vind ik allereerst dat hij geen plaats wil toekennen aan rancune of oordeel ten opzichte van de klassiek orthodoxe gelovige. Hij wil constructief nadenken over de vraag hoe mensen met hun twijfel om zouden kunnen gaan op een manier dat het niet enkel strepen zet door geloofsartikelen, maar juist het geloof op een gezonde manier kan bouwen. Hij praat de mensen geen twijfels aan.

Toch een enkele kanttekening. Op grond van twijfels zou een gelovige een paradigma verschuiving moeten meemaken (in de tendentieuze woorden van Borg: van het ‘earlier paradigm’ naar het ‘emerging paradigm’). Voor deze verschuiving is openheid nodig. Maar mijn vraag is in hoeverre het ‘emerging paradigm’ open is. Timmer je nu niet weer het systeem dicht? Door te kiezen voor een geestchristologie in plaats van het klassieke twee-naturen ben je in bepaald opzicht radicaler in je dogmatisch spreken, van het mysterie van Gods verhouding tot Jezus blijft immers minder over. Een verwante vraag aan Offringa en mezelf is waarin deze ‘change’ van paradigma’s verschilt in de ‘change’ die Paulus van Jeruzalem naar de diaspora maakte. Welk aspect van het christelijk geloof is een aanstoot voor mij? Gaat dit ook over de schepping? Gaat dit over Jezus’ goddelijkheid? Wanneer wordt aanpassing van het christelijk geloof aan ons natuurwetenschappelijk wereldbeeld een zielloze onderneming? Een vraag om eens over te denken in de pauze van een WK-wedstrijd.

Stefan